Dag 05: Een roadtrip eindigt met een lekke band

Vandaag zijn we laat, pas na 9 uur lopen we de kamer uit. Gisteravond hebben we nog overwogen om ook de walvistour te doen vandaag, maar die blijkt volgeboekt.
Dus gaan we wat anders doen.

Met een ontbijt achter de kiezen, gaan we eerst op weg naar Port McNeill even verderop. We moeten namelijk tanken. Met dit bakbeest tanken is een feest. Voor iedereen die nooit in een SUV heeft gereden van deze grootte, maak je geen zorgen om de tankkosten. Een liter (jaja, de Canadezen hebben ook het metrisch stelsel) kost hier 1,83 CAD, omgerekend 1,13 Euro. Dus die liters mogen wel stromen. Daarna gaan we nog naar de supermarkt voor een broodje, de tonic en wat groente om te snacken en gaan op weg.

We stappen in de auto en gaan op weg naar Tahsis via de Tree to Sea Drive. Een plaats in de bergen dat aan een enorm meer ligt. We gaan niet direct voor het plaatsje, maar meer voor de omgeving. Volgens zeggen is het er idyllisch, veel meren, mooie vergezichten en watervallen. Dat belooft wat.

Bij Woss slaan we af. Het blijkt een dorpje van niets. En wat ze niet vertelden in beschrijving is de erbarmelijke route naar Tahsis toe. Het begint als een gravelweg, maar wordt steeds slechter. Ik ben blij dat we a. in een SUV rijden en b. 4-wheel drive hebben, hoewel we dat laatste niet nodig hebben.
We rijden gestaag door en slaan uiteindelijk af bij een houtzagerij. Hier stijgt de weg 18% en dat gaat de auto makkelijk af. Maar op het moment dat een logtruck (een truck vol met boomstammen) naar beneden komt rijden, en wij uit de weg moeten, zegt Monique dat we verkeerd zitten. Ik rij nog een stukje door, maar draai dan om.

Vervolgens zitten we achter de truck, die verbazingwekkend snel naar beneden rijdt. Hij gaat rechtsaf en wij gaan linksaf richting Gold River. Vanaf dit plaatsje zouden we alle punten waarvoor we komen, moeten zien.

De rit naar Gold River duurt nog wel even. Ondertussen zien we vooral veel bomen en struiken. We vragen ons af of hier ook beren zitten. Monique gelooft van niet, er zijn geen rode besjes te zien.
We zien een auto langs de weg (voor zover dit een weg is te noemen) staan die volledig gedeukt is en de ruiten liggen er half of geheel uit. Ik vraag me altijd af waarom men dit zo achterlaat, maar er zal een reden voor zijn.

Eindelijk rijden we voorbij de afslag van Gold River. Vanaf hier is het nog een stukje door over een wel goed bereidbare gravelweg. Waarom er niet in de beschrijving staat dat de weg zo slecht is tot Gold River is ons een raadsel.

We besluiten om eerst naar Tahsis te rijden en op de terugweg de stops aan te doen. Het valt ons op dat we vrijwel nergens bordjes zien staan. Als we bijna bij Tahsis zijn, zien we aan de overkant van Berry Lake 2 wapiti herten staan. Zij bekijken ons, wij bekijken hen. Monique maakt snel wat foto’s en dan rijden we weer door.

Bij Tahsis zien we dat het inderdaad een kleine gemeenschap is, gebouwd rond een deel van het meer. Het stelt niet veel voor en als we even hebben rondgereden, stoppen we bij 2 rode adirondeck stoelen, de zogenoemde red chairs. Op verschillende plekken in British Columbia heeft de overheid red chairs neergezet. Bedoeld om te genieten van al het moois dat je om je heen ziet.

Nadat we ons broodje op hebben gepeuzeld en wat foto’s hebben genomen, gaan we weer op pad. We rijden dezelfde weg terug, stoppen we bij de 3 Sister Falls, die helaas niet veel voorstellen en slecht te fotograferen zijn, bij Painted Rock wat door highschoolers wordt beschilderd als ze geslaagd zijn (hier is niet veel meer van te zien) en we stoppen nog bij een meer. Ook stoppen we bij de Konuma Peak wat lijkt op een naald waar je een draad door heen kan doen. Andere stops missen we omdat ze niet worden aangegeven. Een beetje jammer dus. Wat we wel zien, zijn verschillende (wapiti) herten en bambi. Een aantal laten zich fotograferen, anderen zijn snel verdwenen.

Als we weer voorbij Gold River rijden, volgen we de bordjes en blijven daardoor op een goed bereidbare gravelweg. Hierdoor kunnen we flink doorrijden. Op een gegeven moment roept Monique ‘Beer!’ en we zien een zwarte beer over de weg schieten. Hij is te snel om op foto te krijgen en hij is al verdwenen als we voorbij rijden.

Als we bijna bij Highway 19 zijn, gaat het mis. Ik krijg een melding dat de druk van een van de banden niet goed is. Nu krijg ik die melding thuis ook wel, dus ik rij het laatste stukje door tot we bijna bij BC-19 zijn. Hier stap ik uit en zie dat we inderdaad een lekke band hebben. Ik check het bereik op mijn telefoon en zie dat dat nihil is. Dat is balen, want we zijn op de hele route een handvol auto’s tegengekomen.

Ik haal meteen de krik en alle andere benodigheden tevoorschijn, Ik zet de krik eronder en probeer de moeren los te draaien. Die krijg ik met geen mogelijkheid los. Terwijl Monique probeert om contact met de buitenwereld te krijgen, komt er een auto aanrijden. Ik roep tegen Monique dat ze hem moet tegenhouden en dat doet ze als een volleerd dame in nood.
De man stopt en Monique legt uit dat we wel een band kunnen vervangen, maar de moeren niet loskrijgen. Hij zet zijn auto stil, zegt dat er continue mensen eindigen met lekke banden, draait de moeren los en begint zonder iets te zeggen de band te verwisselen. We puzzelen gedrieën hoe we de reserveband onder de auto vandaan moeten krijgen.

Dat lukt en ik ben blij dat deze vriendelijke, tandeloze reus ons helpt. Met geen mogelijkheid hadden wij de band losgekregen.
Vanaf hier is het een kleine moeite voor hem en voordat we het weten zit de reserveband eronder. Hij zet de lekke band nog achterin onze auto, vraagt waar we naar toe moeten en zegt dat er in Port McNeill een banden zaak zit. Goed om te weten, want dat wordt onze eerste trip morgen. We vragen of hij wat water wil, maar dat wil hij niet. We bedanken hem te uit en te na en met een ‘Yep, see you!’ gaat hij weer op weg.

Helaas is de reserveband een thuiskomertje, of zoals ze hier zeggen een ‘donut’. We rijden niet harder dan 80 kilometer en hebben de gevarenverlichting aan. Zo nu en dan gaan we voor iemand aan de kant, maar over het algemeen gaat iedereen ons voorbij daar waar het ook kan.
Eindelijk komt Telegraph Cove weer in zicht. We zetten de auto neer en lopen meteen naar het kantoor. We vertellen dat we een lekke band hebben, dat morgen meteen moet worden opgelost en of het mogelijk is om onze bagage in de kamer te laten, wetende dat we mogelijk later dan 11 uur terug zullen zijn. Dat kan niet, want ze verwachten nieuwe gasten, maar we mogen de bagage in het kantoor laten staan en later ophalen.

Als we zitten te eten, krijg ik een brainwave. We kunnen de bagage voor dat kleine stukje prima op de achterbank kwijt. Dan kunnen we op pad wanneer we willen. Het kantoor gaat pas om 8 uur open.
Monique kijkt waar de banden zaak zit en ziet dat die om 8 uur open gaat. Prima, dan hoeven we in ieder geval niet zo vreselijk vroeg de deur uit.
Ik plaats nog snel het blog en de foto’s van 2 dagen eerder en dan gaan we naar de kamer.

Enigszins ongerust of ze uberhaupt wel zo’n band hebben, kappen we vroeg met de dag. We hebben allebei geen zin om nog wat met het blog of de foto’s te doen. We lezen nog wat, maar al snel gaat het licht uit. Dit was een leuke dag met veel wildlife, maar die wel stresserig eindigt.

2 Responses to Dag 05: Een roadtrip eindigt met een lekke band

  1. Ronald's avatar Ronald schreef:

    Mooi geschreven weer, San…hopelijk komt het goed met de band….Good luck stoere ladies!!

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.