Dag 17: Summit Lake Trail in Waterton Lakes National Park

Zoals wel vaker als we laat aankomen, zijn we ook wat later op. Gelukkig was dat ingecalculeerd. Rond half 8 zijn we allebei klaar voor koffie. Nog niet voor de dag.
Pas rond 9 uur gaan we rijden. We zitten op ongeveer 1 uur rijden van Waterton Lakes National Park af, maar tijdens de rit er naar toe is het uitermate rustig op de weg. We rijden dan ook tussen de landerijen en boerderijen op een 2-baansweg. Dat doen we overigens wel met 100 kilometer per uur!

Als we bij Waterton Lakes aan komen, kunnen we meteen doorrijden. Tenslotte hebben we een jaarpas. Niet dat het heel druk is bij de kiosk waar men moet betalen, maar we hoeven op deze manier niet achteraan in de rij aan te sluiten.
Het is duidelijk dat er brand is geweest in dit park. In 2017 is 39% van het park door brand verwoest. De brand ontstond door blikseminslag tijdens een storm in British Columbia dat hier niet ver vandaan ligt. Uit alle macht hebben brandweermannen uit verschilende streken geprobeerd om de brand tegen te gaan, maar helaas is het niet gelukt.
Wel is het gelukt om het gelijknamige stadje dat midden in het park ligt te redden.

Op een heuvel en uitkijkend over het meer, zien we een wanstaltig gebouw staan. Dat blijkt het hotel ‘Prince of Wales’ te zijn. Gebouwd in 1926 in de hoop dat de toenmalige koning Edward tijdens een staatsbezoek ook het hotel zou bezoeken. Dat heeft hij nooit gedaan. Het gebouw is werkelijk te lelijk en past totaal niet bij de omgeving.

We rijden meteen door naar de parkeerplaats waar onze trail start. We slaan af naar de Akamina Parkway (overigens komen we er pas veel later achter dat de weg zo heet).
Als we bij het einde van de weg aankomen, zien we Cameron Lake in volle glorie liggen. Helaas hebben we ook hier last van rook. Waterton Lakes grenst aan Amerika en we vermoeden dat de rook komt door bosbranden daar. Het zicht over het meer is minimaal.

Natuurlijk houdt ons dat niet tegen. We parkeren de auto, ik pak mijn rugzak en vind het raar dat een kant nat is. Ik check mijn waterzak (als eerste na het fiasco in Death Valley vorig jaar), maar die zit goed dicht. Ook het extra water dat ik bij me heb, lekt niet.
Als Monique haar rugzak pakt, zeg ik tegen haar dat ze haar waterzak moet checken. We zien dat een deel van haar rugzak nat is. Als ze haar waterzak checkt, zie ik dat ze dezelfde fout als ik vorig jaar heeft gemaakt. Ze is een groot deel van het water kwijt.

Aangezien we extra water hebben meegenomen en de temperatuur maximaal rond de 20 graden zal zijn, gaan we toch op weg. De trail die we willen lopen, is de Summit Lake Trail. De trail is 8,4 kilometer lang met een hoogteverschil van 417 meter. Het is de bedoeling dat we dezelfde route teruglopen, dus als we op de helft zijn, dan staan we bij Summit Lake. Ik zeg tegen Monique dat de trail geleidelijk stijgt, maar wel 4 kilometer lang.

We lopen eerst naar het meer, maar daar is weinig te zien door de rokerige lucht. Dan gaan we maar op pad naar de trail. We lezen de borden en zien helemaal geen waarschuwingen voor wilde dieren.

We zitten nog geen 100 meter op de trail of de waarschuwing voor grizzly beren staart ons aan. Natuurlijk hebben we nog steeds geen bearspray, maar natuurlijk lopen we wel door.
Het begin van de trail is nog helemaal groen en we lopen tussen de bomen door. Meteen aan het begin, begint de trail te stijgen en dat blijft het doen. We worden ingehaald door 3 gasten die heel snel lopen. We kijken ze jaloers na.

Voordat we het weten, laten we het groen achter ons en lopen we door het verbrande gebied. Het is geen fraai gezicht, maar we hebben nu wel goed zicht op de trail en de omgeving. Wat opvalt zijn de vele kleuren die we zien. Gele en rode herfstkleuren, groen, wit, zwart, bruin. Ondanks de brand laat de natuur wel mooie kleuren zien.

Ondertussen blijven we stijgen en zo nu en dan stoppen we om wat te drinken en om op adem te komen. Over het algemeen loop ik makkelijk naar boven. Monique ook, alhoewel zij iets vaker moet stoppen. We blijven wel dicht bij elkaar.
Op een gegeven moment zien we enorme dotten haar op het pad liggen. We vragen ons af van welk dier dit af komt, want het lijkt niet op het haar van een beer. Het is te blond. Ik hou het op een beer, ik blijf dan ook op mijn hoede en regelmatig om me heen kijken.
Als we bijna 4 kilometer hebben gelopen, begint het pad af te vlakken. Dan zien we ook het meer glinsteren tussen de bomen door.

We lopen de laatste meters en dan doe ik meteen mijn rugzak af. Het is mooi hier boven, lekker warm in de zon, maar ook dit meer ligt tussen de verbrande bomen. Dat is wel jammer. We zien dat vanaf hier nog verschillende trails zijn, maar die slaan we over.
Zodra we wat hebben gegeten en gedronken, gaan de rugzakken weer om. Dan beginnen we aan de rit terug. Het eerste stuk gaat nog iets omhoog, maar dan gaan we alleen maar dalen. En dat gaat een stuk sneller! We stoppen zo nu en dan nog om wat te drinken, maar voordat we het weten, lopen we richting het einde van de trail.

De rugzakken gaan weer af, we maken snel een pitstop en dan zoeken we een bankje om nog wat te snacken. Ondertussen bedenken we wat we vandaag nog willen doen. Het besluit is om nog een korte, en vooral, makkelijke (lees: weinig hoogteverschil) te gaan lopen, maar de enige die nu te doen is, is Cameron Lake. Daar waar we nu zitten en waar het heel rokerig is. We zien nu ook de waarschuwingen op de telefoons voor de slechte luchtkwaliteit.

Dan gaan we maar naar het visitor center. Omdat we meteen bij binnenkomst zijn doorgereden, hebben we geen kaart van het park. Het visitor center ligt in het plaatsje Waterton. Als we het gebouw inlopen, worden we verwelkomd met de klanken van de Welcome Song.


Als we de kaart hebben, kijken we nog wat rond en gaan dan weer naar buiten. Eigenlijk willen we wel wat drinken, maar we zien niets van onze gading.

Al snel gaan we dus weer naar de auto. We bekijken wat we nog kunnen doen. Monique wil wel de Akamina Parkway rijden, dus we gaan op pad. We komen er al snel achter dat we die weg vanmorgen ook hebben gereden! Het excuus is dat het nergens stond aangegeven.

Inmiddels is het al na vieren. We besluiten de rest van het park morgen te bezoeken en langzaamaan terug te gaan naar Pincher Creek en Beaver Mines. Pincher Creek is het plaatsje waar we doorheen komen en waar we willen eten. Beaver Mines is waar het huisje staat waar we verblijven. Dat ligt ongeveer 20 minuten verder.
We besluiten dan ook om meteen in Pincher Creek te gaan eten. We hebben geen zin om eerst naar het huisje te gaan en dan weer terug te moeten rijden.

In Pincher Creek gaan we eerst nog wat boodschappen doen. We hebben onder andere water nodig. Omdat het echt nog wat te vroeg is om te gaan eten, maken we nog een uitstapje naar de Walmart. Daar lopen we een beetje met de ziel onder de arm en dat houden we dan ook niet lang vol.

Als laatste gooien we alvast de tank vol en koopt Monique de voorraad aan Clif repen op bij het tankstation. Dan rijden we naar de overkant om te gaan eten bij de beste sushi tent hier. Het is ook de enige, maar eerlijk is eerlijk: de sushi is goed!
Weer thuis drinken we nog een bak koffie en relaxen de rest van de avond.

2 Responses to Dag 17: Summit Lake Trail in Waterton Lakes National Park

  1. Ronald's avatar Ronald schreef:

    zonde he, al die verbrande natuur….hopelijk hersteld het nog. En koop nou es berenspray!!😉

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.