Aangezien we nog geen anderhalf uur van ons eindstation af zijn (Calgary) hebben we nog opties voor vandaag. We hoopten dat we nog een quad tour konden doen naar de Larches (herfstkleuren), maar het blijkt dat die tours al zijn gestopt. Dus hebben we opties vandaag.
We kunnen nog in de omgeving van Banff blijven, we kunnen nog een keer de Kananaskis Country rijden, of we kunnen een deel van de Columbia Icefield Parkway rijden. Dat is ook een bloedmooie route!
Gisteravond hebben we besloten om dat laatste te doen. De Icefield Parkway, dus. Om 8 uur lopen we dan ook het hotel uit met alle meuk en koffers. We rijden nog even langs de supermarkt en het tankstation en gaan dan op weg.
Het is goed weer met wat bewolking, maar de zon komt ook wel door. We hopen dan ook op een paar mooie vergezichten en plaatjes.
Bij de park controle kunnen we weer zo doorrijden. Niet via een aparte rijstrook, maar de dame in de kiosk ziet al snel de passen aan de spiegel hangen. Ik maak meteen een mental note dat we die niet moeten vergeten. Weliswaar hebben we voor volgend jaar andere plannen, maar je weet nooit.


We rijden door en meteen bij het eerste viewpoint, Hector Lake, stoppen we meteen. We parkeren de auto en lopen naar de waterkant. Het is niet zo’n groot meer, maar met de kleuren en de damp die van het water komt, ziet het er bijzonder uit.
Daarna rijden door en voordat we het weten, zien we de eerste bergen met besneeuwde toppen. Het is duidelijk dat het hier vannacht heeft gesneeuwd. Ook bij Lake Louise werd sneeuw verwacht.

Gelukkig hebben wij hier geen last van. De omgeving is letterlijk schitterend en we stoppen daar waar we kunnen om foto’s te maken. Ook filmt en fotografeert Monique het een en ander vanuit de auto. Het kan namelijk niet anders. We gaan zien hoe het er uit ziet.
Al snel komen we bij Peyto Lake. Dit meer is kenmerkend door de enorm blauwe kleur van het water. Het is schitterend gelegen, maar ook een punt waar busladingen met toeristen worden gedropt. Natuurlijk stoppen wij hier ook. Het is te mooi om over te slaan.


Door alle pracht en praal om ons heen, vergeten we al snel hoever we zijn, maar het wordt meteen duidelijk als we de Columbia Icefield Parkway bereiken.



Het ziet er prachtig uit met de wolkenlucht en zo nu en dan de zon die er bij schijnt! We genieten van de rit en ondanks de kilometers die we maken, vinden wij het absoluut de moeite waard.
Als we de Athabasca Glacier bereiken, schrikken we net als in 2008. Toen we hier voor de eerste keer kwamen, konden we vanaf de weg op de gletsjer stappen. Dat hebben we natuurlijk ook gedaan. Ook zijn we toen de tour gedaan, waarbij we met een bus naar de overkant van de weg werden gebracht. Daar stonden de bussen met rupsbanden te wachten. In 2008 was er van de hele gletsjer langs de weg niets meer te zien. Geloof wat je wilt qua klimaatveranderingen, maar het is duidelijk dat dit soort natuurverschijnselen langzaamaan verdwijnen.

Na een paar uur zien we de eerste tekenen van de enorme brand die vorig jaar in Jasper National Park heeft gewoed en die ook het gelijknamige plaatsje, Jasper, voor een deel in de as legde. De brand ontstond in juli 2025 op 2 plaatsen tegelijk, ten noorden en ten zuiden van Jasper en het werd al snel duidelijk dat het uit de hand liep. Op 22 juli 2024 werden 25.000 bewoners en vakantiegangers geëvacueerd. Pas op 17 augustus mochten bewoners terug.
De brand verwoestte 33.000 hectare grond en 358 van de ruim 1100 gebouwen en woningen.
Op 7 september 2024 was de brand onder controle, maar pas op 1 april van dit jaar was het vuur volledig uit. Het schadebedrag dat door verzekeringsmaatschappijen is uitbetaald bedraagt 880 miljoen dollar en is een van de hoogste schade ooit in Canada.
Toen wij de route gingen bepalen, hebben we natuurlijk ook overwogen om terug naar Jasper te gaan. Het was al snel bekend dat het voor de bewoners in Jasper business as usual was en dat bezoekers welkom waren. Daarbij zijn de parken Jasper en Banff enorm groot.
Uiteindelijk hebben wij Jasper links laten liggen, omdat we hier al een aantal keer zijn geweest en wilden we juist naar Banff. Daar zijn we eigenlijk alleen in Yoho en bij de meren Louise en Moraine geweest.
Omdat we nu zo dichtbij zijn, besluiten we om in Jasper te gaan lunchen. Als we dichterbij de plaats komen, worden we allebei verdrietig van wat we zien. Het is echt enorm treurig om te zien wat de brand heeft gedaan met de natuur.
Als we Jasper binnen rijden, zien we dat op verschillende plekken noodwoningen zijn neergezet. Maar je ziet dat er echt hard gewerkt wordt aan de wederopbouw.
We parkeren de auto, betalen de parkeerkosten (via een app, superhandig!) en zoeken een restaurant. Ondanks dat we vroeg zijn, is het druk bij de pub waar we gaan zitten. We bestellen en zitten daarna lekker gezellig op onze telefoons te kijken.
Het eten smaakt goed en als we alles op hebben, lopen we nog wat rond, bekijken wat winkeltjes, maar zien niets van onze gading.
Wel kijken we of het eerste hotel waar we ooit verbleven er nog is. Dat staat er nog. Het is ons altijd bijgebleven, want de buitenkant ziet er normaal uit, maar de binnenkant! Oh wow! Dat is volledig in Victoriaanse stijl. Daarna zijn we verkast naar de allereerste cabin waar we ooit verbleven. We weten dat die cabins deels zijn afgebrand, maar ook daar is men druk bezig met de wederopbouw.
Dan wordt het tijd om aan de terugrit te beginnen. En dat duurt even. Verwachte aankomsttijd op onze laatste plek, is rond 19 uur. We rijden dezelfde weg terug, maar inmiddels is de zon verdwenen, waardoor de nuances op de bergen ook verdwenen zijn. We zijn dus blij dat we zo vroeg waren vandaag.
Eindelijk komen we in de buurt van Banff, maar rijden natuurlijk door. We zien de afslagen naar Kananaskis en Bow Valley Provincial Park, maar hebben geen tijd meer. Ik wil graag voor het donker is in Calgary aan komen.
De rit vordert gestaag en iets voor 19 uur komen we in de stad aan. Dan zijn we er nog niet. We hebben een appartement via Airbnb gehuurd en dat ligt middenin het centrum. Gelukkig komen we net na de spits aan, want het is redelijk rustig.
Zowaar rijden we in een keer naar de plek waar we moeten zijn. Ik parkeer de auto snel langs de weg, terwijl Monique naar het sleutelkastje gaat zoeken. Het is duidelijk dat we in de stad zijn, want ik sta net als er een politie auto met loeiende sirenes voorbij komt.

We hebben duidelijke instructies gekregen. Het sleutelkastje, met de letter M, hangt aan het hek tegenover het hoge appartementencomplex van meer dan 40 verdiepingen. Het kastje is snel gevonden, maar het wil niet open. Monique schakelt dus de hulptroepen (moi) in. Dan lukt het wel.
In het kastje zitten de garage fobs en terwijl ik de auto haal, blijft Monique bij de garage staan.
In de garage is het even zoeken waar we heen moeten. Het blijkt ook een publieke garage te zijn, dus we moeten verder naar beneden. Het deel waar de parkeerplaatsen zijn waar wij kunnen parkeren, is niet toegankelijk voor publiek. We moeten een van de smalste hekken ooit door wat het alarm van de auto af laat gaan. Natuurlijk voor niets.

Als we de parkeerplek hebben gevonden, pakken we zoveel mogelijk spullen en slepen dat naar de liften. Voor zo’n modern gebouw duurt het oneindig voor de lift eindelijk komt.
Bij de ingang naar het appartement hoeven we alleen een code in te toetsen en dan zijn we binnen. ‘Ons appartement lift op de 10e verdieping en heeft alsnog een leuk uitzicht over de stad.
En wat doen we als eerste? We zetten een bak koffie, drinken dat op, internetten wat en gaan dan op zoek naar een restaurant. We zitten tegenover het casino en daar zit een restaurant waar we wel willen eten. Lekker dichtbij en we hoeven niet te zoeken.
Terug in het appartement zet ik wat blogs live en dan is het tijd voor nog meer relaxen. De komende 2 dagen is het tijd voor R&R, rest en relaxation! Natuurlijk hebben we nog wel wat op de planning, maar we gaan zien wat er van terecht komt.